Los Angeles kreeg in 1900 te maken met een ernstig watertekort, de bronnen
konden de vraag niet langer aan. Aquaducten moesten er gebouwd worden. Het Los
Angeles aquaduct werd in 1913 voltooid (uit de Owens vallei, 375 km lang).
Daarna werden er meer kanalen gebouwd.
In 1940 werd het aquaduct naar het noorden
toe uitgebreid (totaal: 540 km tot aan Mono Lake). Dammen werden aangelegd
(Grant Lake + in Long Valley (Crowley Lake Reservoir). Vanaf de Owens Vallei
doorkruist het water bergen, canyons, de Mojave Woenstijn en 142 tunnels totdat
het in Los Angeles aankomt. Omdat er steeds meer vraag naar vers water ontstond
werd in 1970 een tweede waterleiding gebouwd (deze ligt parallel aan het eerste
aquaduct). Het Los Angeles Aqueduct kan 555 miljoen m³ water transporteren. De
twee aquaducten verzorgen samen ong. 70% van Los Angeles'
waterbehoefte. De rest wordt verzorgd door
het California aquaduct (State Water Project; voltooid in 1973), het Colorado
River aquaduct (voltooid in 1941) en grondwater/bronnen.

|