|
5000 jaar geleden werden woongebieden in Mesopotamië (huidige
Irak) al van water
voorzien door overdekte kanalen. Iraks’ oorsprong ligt helemaal in
het zuiden, waar de Tigris en Eufraat een weg zoeken naar zee.
Dit was de reden dat het tweestromenland werd genoemd, een
vertaling van de naam meso–potamië. Ca. 5000 vC waren hier diverse Sumerische staatjes waaruit later Babylon en
Assyrië ontstonden.
Urfa
Sennacherib (704-681 vC), zoon van
Sargon II, onderwierp in 701 vC Juda en verwoeste Babylon
in 689 vC.
Hij verliet Dur-sharrukin, de stad waar zijn vader regeerde
en maakte in 700 vC van Ninivé de hoofdstad van zijn rijk (Assyrië),
e.e.a. door gebruik te maken van grote scharen dwangarbeiders.
Hij laat o.a. bouwen: * 25 m hoge, dubbele muur
met 15 poorten (de mooiste poort: Poort van Nergal); * watervoorziening door de
bouw van een 15
km lang kanaal, geleid over een aquaduct van 280 m lang
en 22 m breed, waarvoor 2 miljoen grote blokken gebruikt
werden.
|