|
De vroegste irrigatiewerken in Spanje stammen uit de
Romeinse tijd. Na de val van het Romeinse
rijk en de komst van de Visigoten (4e eeuw) raakte een groot deel ervan in
verval. De arabisch-islamitische immigranten ('andalusíes'), die in de 8e eeuw hun
irrigatietechnieken naar Spanje brachten, herstelden en verbeterden dat wat
er nog over was uit de Romeinse tijd en legden nieuwe irrigatiesystemen aan
(niet alleen de acequias, maar ook bijvoorbeeld de landbouwterrassen in de
Alpujarras). Acequia betekent letterlijk
'bevloeiingskanaal'. Acequias vormen samen een irrigatienetwerk van hoofd- en
zijkanalen. Hierdoor stroomt het regen- en smeltwater van de bergtoppen naar de
landbouwterrassen op de hellingen en de boerderijen in de dalen. Via aftakkingen
en keersluisjes komt het water daar terecht waar het nodig is. Een voorbeeld van een
nog in gebruik zijnd acequia-irrigatiesysteem bevindt
zich in Alpujarras, op de zuidflank van het
Sierra-Nevada gebergte in Andalusïe (Zuid-Spanje).
|
Hoe? Uitgegraven kanalen (soms wel een meter breed), smalle gootjes, betonnen
sleuven, 'omleidingen' van pvc-pijp, uitgeholde boomstammen. De zijwanden van de kanalen zijn vaak gemaakt van natuurlijk materiaal (takken,
plaggen en grond). Hierdoor sijpelt een deel weg, wat de lager gelegen hellingen
en bronnen 'voedt'. Op andere plaatsen wordt de stroom juist gekanaliseerd
tussen wanden van stenen, die daar vaak eeuwen geleden door mensen zijn
neergezet.

Klik
op de foto's voor meer informatie
over de prachtige aquaducten van Segovia en Alhambra
+ Merida. Klik op Tarragona
voor uitleg over El diablo en op Evora
voor het Zilveren aquaduct.

In 1574 werd in Plasencia
dit "Acueducto de San Antón" afgebouwd.
Vier kilometer ten noordwesten van Tomar (Portugal)
zijn de resten te
zien van het "Aqueduto de Pegòes Alto", (1593-1614, architect Filippo
Terzi) dat de watertoevoer van een klooster regelde. Het aquaduct is 5 km lang
en telt 180 bogen. Het is geheel toegankelijk, als je geen hoogtevrees hebt!

|